Naar hoofdinhoud
Fokkerij — 12 mei 2026

Goede voeding voor merrie en veulen: de basis voor een gezonde start

Voermeesters Veulen Michelle Ackermans

Goede voeding voor merrie en veulen: de basis voor een gezonde start

Iedere fokker geeft zijn veulen graag de beste start. Maar wanneer doe je het goed? Onze nutritionist Wendy Warmerdam en verkoopleider en klantadviseur Eise Brinkman zetten uiteen aan welke eisen goede voeding voor merrie en veulen voldoet.

Nutritionist Wendy Warmerdam
Eise Brinkman

Een goede merriebrok voor je drachtige en lacterende merrie 

Een gezonde start begint al voor de geboorte. “Een goede merriebrok is afgestemd op de voedingsbehoefte van een drachtige en lacterende merrie”, vertelt Wendy Warmerdam. “In de laatste weken voor de dracht ga je wat meer voeren, maar ook niet te veel”, vult Eise Brinkman aan. “Daarmee zou je de bevalling onnodig zwaar kunnen maken voor de merrie. Alles waar ‘te’ voor staat wil je voorkomen, dat is in dit geval niet anders.” Als het veulen er eenmaal is, mag de hoeveelheid merriebrok opgevoerd worden. “De merrie moet herstellen van de geboorte en de melkproductie moet op gang komen, dus dan is de behoefte erg groot. Zeker als de merrie snel na de geboorte van het veulen weer geïnsemineerd wordt!”

Diensten Ruwvoeranalyse

Goed kauwen = minder kans op maagzweren

Krachtvoer is dus belangrijk in deze fase, maar ook het ruwvoer moet aan een aantal eisen voldoen om geschikt te zijn. Eise: “Ruwvoer vormt altijd de basis van het rantsoen en de hoeveelheid merriebrok pas je aan op basis van de voedingswaardes van het ruwvoer. Daarvoor laat je het analyseren, zodat je weet wat je voert. Op onze website staan drie varianten van de ruwvoeranalyse.” 

Voor veulens, die al snel mee-eten van het hooi, is ook de verschijningsvorm van het ruwvoer belangrijk. “Bied bij voorkeur zacht hooi aan, dat is voor veulens makkelijk te kauwen. We weten dat het afspenen een stressvolle periode is voor veulens, waarbij ze last kunnen krijgen van maagzweren. Goed kauwen zorgt voor goede speekselaanmaak, waardoor je dat risico verkleint.”

Waarom je beter een veulenbrok kan voeren

Hoewel een veulen ook de merriebrok wel mee zal gaan eten, is tijdig wennen aan een veulenbrok wel een aanrader. “Van merriebrok voer je meerdere kilo’s per dag, zoveel kan een veulen niet verwerken”, legt Wendy uit. “Daarom is de samenstelling van de brok anders: de veulenbrok is veel geconcentreerder, en bevat bijvoorbeeld meer vitamine D. Dat is een belangrijke vitamine voor de calcium-fosforverhouding in het rantsoen.” “Ik raad altijd aan om een veulen apart te voeren, in een bakje waar de merrie niet bij kan”, vult Eise aan. “Op die manier is een veulen gewend aan een bepaalde hoeveelheid krachtvoer en dat helpt hem die eerste, toch al zware periode in de opfok.” De exacte hoeveelheid veulenbrok is afhankelijk van de omstandigheden. “De theoretisch aanbevolen hoeveelheid per dag is 0,5 kg per aantal maanden dat het veulen oud is. Maar ook hier speelt de samenstelling van het ruwvoer een grote rol. En gaat het veulen naar de veiling en wordt hij geschoren? Dan kun je bijna onbeperkt veulenbrok aanbieden.”

Afbouwen

De hoeveelheid krachtvoer kun je na 1 januari weer afbouwen, besluit Eise. “Op 1 januari hebben ze als het goed is alle kinderziektes achter de rug en wordtm het allemaal wat rustiger. Dan kun je met kwalitatief goed ruwvoer in de energie- en eiwitbehoefte voorzien. Met een vitaminebrokje kun je in de nutriënten voorzien die niet voldoende vanuit ruwvoer kunnen worden opgenomen.”

Daily Breed Daily Grow In Het Bos

Voermeesters By Nature: zo werkt dat bij fokmerries en veulens

Voermeesters by Nature is een dit jaar gelanceerde voerlijn voor paardenhouders die zo natuurlijk mogelijk willen voeren; zoveel mogelijk zonder hele granen en waar mogelijk zelfs graanvrij. De gehele voerlijn is melassevrij en bijna geheel luzernevrij. Deze lijn bevat ook een merriebrok (Daily Breed) en veulenbrok (Daily Grow). Dat zijn zogenoemde Essentials, daarnaast bevat de lijn ook Toppings.

Wendy legt uit: “De lijn is zo opgezet dat je op drie manieren kunt voeren: zo eenvoudig mogelijk met enkel de Essentials, meer op maat waarbij je de Essentials aanvult met de gewenste Toppings en verder ‘back to basic’, waarbij je ruwvoer enkel aanvult met een of meerdere Toppings. In het geval van drachtige en zogende merries en bij veulens raden we die laatste twee opties niet aan. Zij hebben vanwege verhoogde behoeften bepaalde aanvullingen echt nodig en met de genoemde Essentials weet je zeker dat ze alles in voldoende mate binnenkrijgen.”