Zo bereid je jouw paard voor op het najaar
De herfst is voor veel paardeneigenaren een seizoen van verandering. De dagen worden korter, de temperatuur daalt en de weilanden veranderen zichtbaar. Paarden brengen steeds meer tijd door op stal of in de paddock, terwijl ook het gras, de voedingsbehoefte en de belasting van het lichaam veranderen. Juist deze overgangsperiode vraagt om extra aandacht voor voeding en management.
Waarom is de herfst zo'n belangrijke overgangsperiode?
Waar het in de zomer vaak draait om weidegang en het voorkomen van overgewicht, verandert de situatie in het najaar snel. Het gras groeit minder hard, bevat een andere voedingswaarde en veel paarden brengen minder uren buiten door. Daardoor verschuift het rantsoen geleidelijk van vers gras naar hooi of voordroog. Tegelijkertijd kost het ontwikkelen van een wintervacht extra energie en kunnen wisselende temperaturen invloed hebben op de weerstand. Ook het management verandert. Paarden hebben vaak minder vrije beweging dan tijdens de zomermaanden. Dat heeft invloed op de spijsvertering, het energieverbruik en de behoefte aan ruwvoer.
Fructaan in herfstgras: onderschat risico
Veel paardeneigenaren denken dat een kaal herfstweiland automatisch veilig is, maar dat is niet altijd het geval. Juist in het najaar kan het fructaangehalte in gras sterk oplopen. Vooral na koude nachten in combinatie met zonnige dagen groeit het gras nauwelijks, maar blijft wel suikers produceren.
Voor gezonde paarden hoeft dit niet direct een probleem te zijn. Paarden die gevoelig zijn voor overgewicht, insulineresistentie (EMS), PPID of hoefbevangenheid lopen meer risico. Daarom is het verstandig om de weidegang tijdens deze omstandigheden goed te monitoren. Bij gevoelige paarden kan het verstandig zijn om de weidegang na een koude nacht te beperken. Twijfel je of jouw paard gevoelig is voor fructaan? Overleg dan met je dierenarts of voedingsadviseur hoe je de weidegang het beste kunt aanpassen.
Let op voor zand in de darmen.
Een kaal weiland heeft nog een ander risico. Zodra het gras niet meer groeit, zoals bij temperaturen onder de 5 graden, eten paarden eerder zand mee vanaf de kale grond. Veel zand in de darmen kan leiden tot diarree, koliek of vermageren door verminderde opname van voedingsstoffen. Zorg daarom voor voldoende ruwvoer en voer dit liefst niet op de grond.
Van weide naar paddock
De overgang van een zomerweide naar een rantsoen met voornamelijk ruwvoer vraagt om een doordachte aanpak. Bouw de weidegang daarom geleidelijk af en zorg dat er voldoende kwalitatief ruwvoer beschikbaar blijft. Zo krijgt de darmflora de kans om zich aan te passen aan de veranderende samenstelling van het rantsoen. Blijf daarnaast voldoende beweging aanbieden. Minder weidegang betekent vaak automatisch minder vrije beweging, terwijl juist beweging belangrijk is voor een gezonde darmwerking en het behoud van conditie. Op stallen met meerdere paarden, zoals sport- en handelsstallen, vraagt dit extra planning: niet ieder paard heeft dezelfde behoefte, dus bekijk de overgang per paard of per groep.
Controleer in deze periode ook regelmatig de Body Condition Score van je paard. Sommige paarden komen juist te zwaar uit de zomer, terwijl andere conditie verliezen zodra de kwaliteit van het gras afneemt. Door tijdig bij te sturen voorkom je dat kleine veranderingen later grotere problemen veroorzaken.
Test je ruwvoer met de Voermeesters Ruwvoeranalyse
Ruwvoer is de basis van het rantsoen. Daarom is het belangrijk om te weten wat precies de kwaliteit en de exacte gehaltes zijn van jouw ruwvoer. Alleen dan weet je zeker of je paard of pony alles binnenkrijgt wat hij nodig heeft.Bij Voermeesters werken we met drie verschillende soorten ruwvoeranalyses. Welke versie je ook kiest: bij de uitslag wordt een toelichting meegestuurd. Zo krijg je inzicht in de gehaltes van je ruwvoer en weet je of je paard of pony voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt. Om je extra te ondersteunen neemt onze klantenservice binnen drie werkdagen nadat jij de uitslag hebt ontvangen contact met je op. Je kunt dan vragen stellen en de klantenservice kan je van een passend advies voorzien.
Pas op voor eikels en esdoorns
Naast veranderingen in voeding brengt de herfst ook andere risico’s met zich mee. Veel weilanden liggen in de buurt van eiken of esdoorns. Eikels kunnen giftig zijn, vooral groene, onrijpe eikels. Niet ieder paard eet ze, maar sommige vinden ze juist erg lekker. Ook de zaden, bladeren en zaailingen van de gewone esdoorn bevatten een gifstof die weidemyopathie (ook wel atypische myopathie) kan veroorzaken, een ernstige spierziekte die vaak acuut ontstaat.
Controleer daarom regelmatig de weide, zeker na storm of harde wind. Verwijder afgevallen eikels, bladeren en esdoornzaden zoveel mogelijk. Zorg daarnaast dat paarden altijd voldoende ruwvoer tot hun beschikking hebben: dat verkleint de kans dat ze eikels of bladeren oppakken, maar sluit het risico niet uit. Laat paarden in risicoperiodes liever niet de hele dag grazen op een weide met veel zaden of bladeren. Zie je symptomen zoals spierstijfheid, trillen, zweten of donkere urine, of vermoed je een vergiftiging? Bel dan direct je dierenarts.
Voedingstips voor het najaar
Een gezond rantsoen begint ook in de herfst met voldoende kwalitatief ruwvoer. Van daaruit stem je de voeding af op de individuele behoefte van het paard. Niet ieder paard heeft automatisch meer krachtvoer nodig wanneer de temperatuur daalt. Leeftijd, arbeid, conditie, gezondheid en huisvesting spelen hierin allemaal een rol.
Een aantal praktische tips:
- Bouw veranderingen in het rantsoen geleidelijk op.
- Zorg altijd voor voldoende kwalitatief ruwvoer.
- Controleer regelmatig de lichaamsconditie van je paard.
- Houd rekening met veranderende energiebehoefte door arbeid en weersomstandigheden.
- Controleer weilanden regelmatig op eikels, eikenbladeren en esdoornzaden.
- Pas het rantsoen aan wanneer de conditie of het werkniveau van je paard verandert.
De herfst vormt de brug tussen het weideseizoen en de winter. Door juist in deze periode aandacht te besteden aan voeding, ruwvoer, lichaamsconditie en weidemanagement, verklein je de kans op problemen later in het seizoen. Een geleidelijke overgang helpt de spijsvertering gezond te houden en zorgt ervoor dat je paard fit, vitaal en in goede conditie de winter ingaat.
Twijfel je over het rantsoen van jouw paard?
Heb jij een vraag over ons paardenvoer en wil jij weten welk voer het beste past bij jouw paard? We helpen je hier graag bij. Vraag een persoonlijk voeradvies aan. Dan kijken we samen naar jouw situatie in de stal en weide en stemmen we het rantsoen daar precies op af.